Focus Knack vroeg me een tijdje geleden om een ‘shelfie’ (da’s een foto van je boekenkast) te maken. Omdat de rubriek geschrapt is, wordt mijn kijk in de kast niet gepubliceerd. Dus zwier ik het hier neer!

Dit is de kast:

Schermafbeelding 2014-02-25 om 13.23.49

En dit is het verhaal:

De boekenkast staat in mijn werkkamer. Ik heb er twee eigen werken op gezet. Dat meisje is gebaseerd op Holly (Sissy Spacek), een van de twee hoofdpersonages uit Badlands, mijn lievelingsfilm. Holly is een van mijn muzes: mysterieus, een beetje alien-achtig. Het spreekt vanzelf dat ze een ereplaats krijgt. Daarnaast staat mijn werkcredo ‘Altijd proberen de strengheid te omzeilen’. Ik probeer (als tekenaar en als mens) in het leven te staan volgens die zelfverzonnen zin. In het leven krijg je te maken met veel regels en opgelegde systemen. Ik probeer die systemen zoveel mogelijk te omzeilen en naar mijn hand te zetten.

De kast is een eenvoudige witte glossy Expedit van Ikea. Mijn lief heeft een groot zwart exemplaar om zijn platen in te zetten, ik twee Expedits voor mijn boeken (een groot exemplaar past niet in mijn atelier).

Eigenlijk vind ik zo’n boekenkast altijd een beetje triestig: het staat vol boeken die je gelezen hebt en waarvan je weet dat ze eigenlijk niet zoveel meer herlezen zullen worden. Zo’n boekenkast die volgepropt is met boeken, die niet meer ‘ademt’, geeft mij altijd zo’n beklemmend gevoel. Ik vind dat een boekenkast moet leven, er moet lucht tussen de boeken zitten, ik moet het gevoel hebben dat ik er elk moment een boek kan uithalen of er nog eentje kan aan toevoegen.

Er zijn ook een paar regels:

- Een boek mag pas in de kast als ik het gelezen heb en ik het een goed boek vond. Overal in huis liggen er hoopjes ‘nog te lezen boeken’. De boeken die ik niet graag gelezen heb of waar ik niet door geraakt ben (ik doe echt altijd mijn best, maar soms lukt het niet) geef ik weg.

- De boeken staan per genre: Graphic novels, humor, zines in eigen beheer uitgegeven, prentenboeken, dichtbundels, Nederlandstalige romans, vertaalde romans en er is ook een sectie ‘Mooie uitgaves’. Mijn kunstboeken staan in een andere kast.

- Het stapeltje dat op de kast ligt zijn Kiekeboes en Urbanussen. Als kind las ik superveel strips: Jommeke, Kiekeboe, Urbanus: ik verslond ze allemaal, vooral tijdens de grote vakantie. Badhanddoek op het gras en lezen maar. Aan het begin van mijn vakantie koop ik altijd strips, die brengen me meteen helemaal in vakantiesfeer. Ze moeten op de kast omdat ze gemakkelijk stapelen.

Over de andere boeken:

In mijn puberteit was ik verslaafd aan de boeken van Amelie Nothomb, vooral haar boeken over Japan en China las ik graag.

Daarna heb ik op korte tijd al het werk van Willem Elsschot verslonden. Van Nothomb en Elsschot heb ik geen boeken, omdat ik toen nog geen geld had om boeken te kopen.

De afgelopen jaren heb ik veel hedendaagse Nederlandstalige romans gelezen: eerst de romans van Saskia De Coster en Annelies Verbeke, daarna Tom Lanoye, Ivo Victoria, Roderik Six, Elvis Peeters, Joost Vandecasteele, David Pefko, Maarten Inghels, Maartje Wortel etc. Er komen elk jaar zoveel boeken uit, dat ik me eerst even op deze boeken wilde focussen. Uit die reeks zijn vooral ‘Wij’ van Elvis Peeters, ‘Sprakeloos’ van Tom Lanoye, ‘Vloed’ van Roderik Six en ‘Massa’ van Joost Vandecasteele me bijgebleven.

Literaire biografiën lees ik ook graag. ‘Annie’ over Annie M.G. Schmidt van Annejet Van der Zeijl is een prachtig boek. Op het einde heb ik moeten wenen, vrij dwaas natuurlijk bij een biografie. Ook ‘Just Kids’ van Patti Smith is een aanrader, zeker voor jonge creatieve mensen.

Sinds een jaar of twee lees ik veel graphic novels. Meestal wissel ik een roman af met een graphic novel. Mijn lievelingsboek heb ik uitgeleend: ‘Habibi’ van Craig Thompson. Mensen die niet graag lezen zou ik aanraden om graphic novels te lezen. Er zijn echt prachtexemplaren. Voor elk wat wils, ook: ’5000 km per seconde’, van Manuele Fior, een reis- en liefdesverhaal in sfeervolle aquarels, leest bijvoorbeeld heel anders dan de boeken in uitgepuurde stijl van Chris Ware of David Mazzucchelli.

De afgelopen maanden heb ik toevallig een paar dikke boeken gelezen. In een dik boek moet je echt zin hebben. Maar ‘Vrijheid’ van Jonathan Franzen bijvoorbeeld leest zo vlot dat het helemaal niet dik aanvoelt. Ideaal om ‘s avonds na een lange dag nog wat in bed te lezen. Ik vind het geweldig om gedurende een aantal weken helemaal in een verhaal te zitten. Mensen die het project ‘Elke week 1 boek lezen’ aanvangen (tegenwoordig zie ik dat af en toe op de sociale media verschijnen), begrijp ik niet. We proberen tegenwoordig zoveel to do-lijstjes te halen, zoveel mogelijk af te vinken… Bij lezen kun je dat toch niet doen? Lezen is net: ontsnappen aan de lijstjes. Van lezen een to-do-lijst maken zou mij heel verdrietig maken.

Dat boek over Wes Anderson staat in mijn ‘mooie boeken-sectie’. Ik vond dat toevallig in Standaard Boekhandel. Het laatste exemplaar, amper 30 euro, rijk geillustreerd in een warme stijl en VOL leuke weetjes etc. over de films van Wes Anderson. Hij is een van mijn lievelingsregisseurs. Dit is een geweldig inspirerend boek voor mij.

Ah en het leukste ‘boekenkastmoment’ was toen ik vorig jaar mijn eigen boek ‘Eva’s gedacht’ in de ‘Humor-sectie’ mocht schuiven. Haha, dat deed me toch wel iets.

KLAAR!

Zo begint het.

De deurbel gaat. Ik schrik wakker. De man aan de deur is een inbreker die aan prospectie doet. Doe ik open in mijn pyjama, dan overvalt hij mij. Blijf ik liggen, dan denkt hij dat er niemand thuis is. En overvalt hij mij.

Ik blijf liggen, maar kan niet meer slapen. Hoor ik iets? Is de inbreker daar? Er zit een sleutel op de slaapkamerdeur. Die kan ik omdraaien. Draai ik hem om? Blijf ik nog liggen? Ik blijf nog drie kwartier liggen. Dan sta ik op.

Ik zwaai de deur van het toilet open.
(“Vroeger waren er veel inbraken.)
Ik zwaai de deur van de berging open.
(De laatste tijd niet meer.)
Ik kijk achter de koelkast.
(Als je erg hard roept, schrikt de inbreker zo)
Loop vlug buiten, kijk naar de fietsen.
(dat hij gaat lopen.)
Ik zwaai de deur van de badkamer open.
(Allez, ’t is te hopen.”)

Ik zie niemand. En de tv staat er nog. Een tv pak je toch direct mee? Het stelt me even gerust.

Zo gaat het verder.

Ik kijk in de spiegel. Mijn haar is vettig. Shit, ik zal moeten douchen. Ik trek het gordijn zo dicht dat mijn zicht op de badkamerspiegel niet is geblokkeerd. In de spiegel kan ik zien of er niemand de badkamer in komt (wie weet hield de inbreker zich al die tijd schuil achter het muurtje in mijn atelier).

De spiegel dampt aan. De broek die aan het rek hangt zou ook een mens kunnen zijn. Ik piep van achter het gordijn. De broek is broek gebleven, oef.

Niet te veel koffie!
Cafeïne maakt angstig.

Sinds februari tel ik mijn stappen weer. Ik tel hoeveel verlichtingspalen de achteruitkijkspiegel passeren. Hoeveel treden de trap telt (28). Hoeveel gebruikte pads er in het bakje kunnen (13). Hoeveel dagen de baas al niet heeft gemaild (6). Ik tel mijn vrienden. Ik tel mijn kennissen.

In de krant lees ik dat je psychoses krijgt als je teveel nadenkt.

Op de boekvoorstelling zegt iedereen dat mijn haar raar staat. Buiten staan ze te roken. Ik maak een rare grap. Iedereen lacht. Ik weet niet of het met mij of om mij is, maar ik voel me slecht. ‘Neem me mee,’ zeg ik tegen Bert. Ik spring mijn koersfiets op.

NIEUW SPEL: mijn gedachten zitten in mijn kop. Als ik erg hard fiets, fiets ik ze weg. Ik trap en trap en trap en neem de brug in vrije val.

Voor elke vergadering pep ik mij op.
Voor elk evenement pep ik mij op.

Ik kijk 5x naar het filmpje waarin Otto-Jan Ham over zijn angsten vertelt, vooraleer ik die dag naar De Ideale Wereld vertrek. Als hij ook bang is, dan ben ik tenminste niet alleen. Het stelt mij gerust.

Ik zeg steeds vaker dingen af.

Als kind was ik zo bang van E.T. dat mijn bed zo moest staan dat ik zicht had op het raam en op de deur. Ik sprong mijn bed in en de kast moest altijd dicht. Later werd ik bang van de dood. Nu ben ik bang van het leven. Tegelijk voel ik de angst om alles aan mij te laten passeren.

Ik wil ervan af. Ik wil ‘Dag E.T.’ kunnen zeggen.
(En tegelijk: zal ik nog ideeën hebben als ik ervan af ben? Nee maar: stel?)

Schermafbeelding 2014-04-08 om 12.47.56

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.660 andere volgers