Zoiets, ja.
Ik zou een perfect stuk gereedschap kunnen zijn. Zo één dat jarenlang meegaat, en waarvan de makers ook weten dat het jarenlang mee zal gaan. Met negenennegentig jaren garantie en dan nog: ik zou generaties klusjesmannen overleven. Cools. Cools&zoon. Cools&zonen. Zonen. Zoon. Zoon&zoon. Zoon&zonen. Enzoverderenzovoorts. Ik zou dan ook een droom zijn om mee te werken. Ik lig als marsepein in je hand: mijn handvat is kneedbaar, soepel, en plooit zich naar al zijn gebruikers. Ik ben om in te bijten, maar zo’n prachtig stuk gereedschap bijt je niet, het bijt zelf. Door het hardste hout graaf ik me een weg. Langzaam. Vlug. Wat je maar wilt. Ik maak weinig geluid, en het geluid dat ik maak ligt volledig aan jouw manier van werken. Ik doe wat jij wilt. En ‘s Avonds, in de camionette, berg je mij op als zo’n kostbare schat uit de Jommekesboeken die je las als kind. Jij ziet mij liever dan jouw vrouw.
Ik ben een zaag.
Haha, mijn zaag toch.