Gelukkig zijn de gordijnen niet dicht.

 

Mijn raam staat open in de nacht. Het water ligt in ‘t diepste zwart en vonkt korte, witte plekjes. Alsof er tientallen toeristen uit de verte foto’s aan het flitsen zijn. Ik zwaai naar hen, zij zwaaien terug, geloof ik dan. Er is verbeelding, er is ziekte en ik rook een sigaret. Ik rook te veel en eet te veel en straks wellicht nog choco uit de pot. Oma eet chocola tegen de tweezaamheid. Zij weet al hoe haar graf eruit zal zien (zij wist dat tien jaar geleden al). Toen ik elf was stierf opa en ik vroeg aan papa waarom hij het graf zo groot had gemaakt. Hij kon daar niet op antwoorden en toen vulde ik alles zelf maar in. Er is verbeelding, en de nachtmerries die daaruit volgen. Er is ook ziekte, daar stierf opa aan. Althans aan de hersenbloeding. Ik rook nog een sigaret.

Wij bezoeken opa in het ziekenhuis. Ik mag niet lachen, maar ik wil geloof ik ook niet lachen. Nina houdt mijn hand vast, ik houd opa’s hand vast, want dat heeft mama mij gevraagd. Ik kijk zoveel mogelijk naar buiten, waar er werken zijn. De kliniek breidt uit en er zijn twee gele armen die dingen grijpen en naar boven hijsen. Gelukkig zijn de gordijnen niet dicht. Ik spiek naar opa zijn gezicht, zoals ik doe op zaterdagavond naar teevee, wanneer ik op mama’s schoot naar de detectivereeks op Canvas kijk en mijn hoofd gedraaid op haar schouder ligt. Ik spiek naar opa’s gezicht, dat er wit en ingevallen bij ligt. “De verpleegsters haalden opa’s tanden eruit, voor het gemak,” verklaart mama. Ik kijk terug naar buiten. Opa geeuwt, zijn tong is droog als Portugese grond. “Opa heeft niet veel meer gedronken, maar het infuus drinkt nu voor hem, kijk maar.” Ik kijk, maar naar buiten en ik bid dat ik alsjeblief zo weinig mogelijk nachtmerries krijg, en ook dat opa weer wakker wordt. Dan gaan wij naar de gang en naar buiten, waar de gele armen werken, die mij ophijsen naar boven en ik draai in het rond. Nina en mama worden een dubbel puntje in geroezemoes. Dan gaan mijn ogen dicht en ik luister naar Porcelain van Moby, dat toen helemaal nog niet geschreven was. De kraan laat los, ik val en opa’s slangen piepen. Nu haalt oma haar tanden uit, omdat zij niet meer lachen wil.

En al wat overblijft is de sigaret.

About these ads
1 comment
  1. Mooie tekst, een beetje geheimzinnig, tussen droom en werkelijkheid…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.937 other followers

%d bloggers like this: