De Proef.
Op 28 juni 2005 sla ik voor het eerst de Zwartezusterstraat in. In mijn armen houd ik een ontzettend grote map geklemd, daar zit mijn huiswerk netjes in. Het is een echte tekenaarsmap, want ik kreeg ze vorig weekend van mijn vader. ‘Deze map heb ik nog gebruikt toen ik op Sint-Lucas zat,’ zei hij. Over zijn naam had hij zorgvuldig twee lijntjes plakband gekleefd, en daarop stond nu mijn naam geblokletterd. Ik bedankte hem en nam de map onder mijn linkerarm, om al eens te oefenen. Dat ging niet zo best: mijn arm was net te kort, waardoor de map pijnlijk onder mijn oksel zat gespannen. ‘Elke avond een uurtje aan de trapleuning hangen om je armen uit te rekken, en alles komt goed,’ grapte mijn vader. We moesten daar erg om lachen. Toen werd hij weer serieus. ‘Eefke,’ zijn hand zelfs op mijn schouder, ‘op je toelatingsproef moet je maar één ding zeggen: dat je oneindig veel goesting hebt om schilder te worden. Overdrijven mag. Dan laten ze je zeker toe.’ Ik knikte, maar vanbinnen was ik niet echt overtuigd van zijn woorden. Ik deed het wel op mijn manier.
Op het einde van de straat ligt Sint-Lucas. Er is een nieuw gebouw aan de linkerkant van de straat en een oud gebouw aan de rechterkant. Ik besluit links af te slaan en stap door de hoge poort in de omwalling. Op de hoeken van deze ommuring staan torentjes. Zo ziet de school van Harry Potter er dus uit. Nu moet ik alleen mijn weg nog zien te vinden. Ik spreek iemand aan die eruitziet alsof ze kennis van zaken heeft. ‘Pardon,’ zeg ik tegen een vrouw met een hoop papieren in haar handen en een boterkoekkapsel op haar hoofd, ‘ik kom voor het toelatingsexamen van schilderkunst, weet u misschien…’ ‘Lokaal 22 aan de overkant,’ onderbreekt zij mij,’ hal in, beeldentuin door, trap op, linksaf, eerste klas rechts,’ en zij snelt al voort, haar werk achterna.
Voor het lokaal zitten een tiental mensen te wachten. ‘Nummertje trekken en achteraan aanschuiven’, beveelt een blond meisje met grote borsten. Haar vriendin stoot een lach uit die mij doet denken aan het gemekker van de dwerggeit die onze buren in de zomer van 2003 op hun tuin hadden gezet. Op een nacht brak het beest uit en verdronk het in de sloot die de voortuin van zijn baasjes scheidde van de straat. Ik murmel een hallo en laat mijn map nogal onhandig op de vloer stuiteren. We wachten een kwartier, een aantal mensen vervoegt ons. Iedereen zwijgt, de stemmen van het blonde meisje en haar vriendin doen dienst als collectief spraaksubstituut.
De deur zwaait open. Twee zwarte dikke brillen, docenten veronderstel ik, wenken ons binnen. Na wat uitleg over de dag worden we weer naar buiten gestuurd. Nu één voor één weer naar binnen, voor een gesprek over het huiswerk dat we hebben gemaakt. Ik mag als twaalfde. De twee brillen zitten achter een tafel, ik achter mijn map. ‘Hallo,’ zegt de ene, ‘vertel eens wat over jezelf.’ Ik word waarschijnlijk rood. ‘Ik ben Eva Mouton en…’ De andere onderbreekt. ‘Toch niet dochter van hoop ik?’ Ik stotter. ‘Ik weet niet,’ zeg ik. ‘J. Mouton, de beeldhouwer,’ die ene weer. ‘Ja,’ zeg ik, ‘dat is mijn vader.’ ‘Niet te geloven,’ hij verheft zijn stem, enthousiast, veronderstel ik. ‘Wij hebben nog samen tentoongesteld, hoe is het nog met de J.?’ Duidelijk enthousiast. Ik vertel hoe het met de J. is. ‘Niet te geloven, niet te geloven!’ De man kan het, geloof ik, niet geloven. ‘Weet je, Eva, voor ons ben je al geslaagd, maar niet vertellen tegen je collega’s.’ Ze bladeren nog even snel door mijn tekeningen en schilderijen op karton. Dat huiswerk mag ik laten zitten. Samen met wat groetjes voor mijn vader word ik de deur uit gestuurd. De anderen vragen hoe het ging. ‘Oh, ja, wel okee, je weet nooit goed hoe zo’n dingen gaan,’ mompel ik, en ik laat me zakken op de grond.
Tijdens het motivatiegesprek verkopen mijn broodjes niet zo zoet. Een handvol docenten buigt zich over mijn werk, dat ik haastig openleg over de vloer. De brillen zijn ook van de partij. ‘Ja, ik weet het toch niet zo goed, ik herken je hier niet in, Eva,’ zegt een kritische grijsaard. Ik weet eigenlijk zelf niet zo goed of ik hier wel in te herkennen ben, en sta wat te wiebelen met mijn tenen. Het werk maakte ik in de tekenacademie. Mijn opdracht daar was om zwart-wit kopijen te maken van schilderijen die ik interessant vond. Daarna hernam ik ze, maar in mijn eigen kleuren. Later ging ik portretten schilderen van mensen die ik vond in de krant. Ik koos vooral oude mensen, omdat zij meer rimpels hebben en dus interessanter zijn om te schilderen. Het ging mij vooral om het leren schilderen, het leren omgaan met die nieuwe materie, het leren denken in verf en kleur, en het plezier daarvan. Mijn onderwerpen waren daaraan in een zekere mate ondergeschikt. Terwijl ik dit bedenk sta ik met mijn mond vol tanden. De grijsaard herneemt: ‘waarom wil je eigenlijk schilderkunst studeren, Eva?’ Dat is een makkie. ‘Ik wil creatief bezig zijn, elke dag, dat lijkt me echt hemels,’ zeg ik zo gemotiveerd mogelijk. Blijkbaar moeilijker om te verwoorden dan gedacht. ‘Een taart bakken is ook creatief bezig zijn, Eva. Bloemschikken…’ ‘Ja,’ zeg ik, ‘maar ik…’ Ik twijfel. En voor ik het weet hoor ik mijn vader al praten. ‘Ik heb gewoon heel veel goesting om schilder te worden,’ piept hij door mijn mond, ik kijk naar de grond. Daar wordt het gezelschap even stil van. Als ik opkijk zie ik een lach rond grijsaards mond. ‘Nu hoor ik je echte ik eindelijk praten, Eva! Nu maak je mij enthousiast! Nu zeg ik ja!’ De anderen knikken goedkeurend met hun hoofd. Dikke bril knipoogt stiekem, alsof hij daarmee ons geheimpje wil bestendigen.
Mooi stuk. Triestig is het toch, maar nu we het erover hebben. Hoe zit dat met die foto’s/scans van je werk die we op dit log mogen verwachten? Hoe zit het daarmee?
Oh ja, daar moet ik mijn werk eens van maken. Maar ze komen eraan, ze komen eraan!
Dit is het stuk waarover we het hadden? Toch de ik-vorm gekozen? Leest goed, erg goed. Goed proza weer.
Het doet me ook heel erg denken aan die titel van je oude blog, dat Radioheadcitaat. Zo qua stemming dan. Dat schoot me net te binnen, en moest ik nog even kwijt. Zo. Het is kwijt. Dahaag!
Het waarom, dat is altijd de lastigste vraag.
Mooi stukje.
Aardig van Maarten
dat hij een linkje naar
je site heeft geplaatst.
Mooi verhaaltje,
maar ‘hemels’ is
in tegenstelling
tot de betekenis
een lelijk woordje.
Aardig van Maarten
dat hij een linkje naar
je site heeft geplaatst.
Mooi verhaaltje,
maar ‘hemels’ is
in tegenstelling
tot de betekenis
een lelijk woordje.
Ik dacht dat één keer
de boodschap misschien
niet goed zou overbrengen.
…
vaders weten het toch altijd het best
dat wist je toch al !!!
Ik beaam alles van hierboven. Amen.
Zeer schoon