Eva
‘Soms heb ik zoveel dorst dat ik ook een vis zou willen zijn. In een bokaal met fris vers water zou ik mijn vinnetjes strekken en gewoon wat rondzwemmen,’ zeg ik, ‘en drinken als ik daar zin in heb. Grote happen uit mijn habitat.’ Ik zit op een stoel voor Jonatans aquarium met exotische vissen en praat tegen Bert, die achter zijn computer zit. Jonatan, de huisgenoot, is uit werken.
‘Gaat het dan niet meer om het zwemmen dan om het drinken,’ antwoordt Bert. Daar moet ik even over nadenken. ‘Waarschijnlijk wel, zwemmen als een vis lijkt mij heel moeiteloos te gaan. Je glijdt zo, en alles glijdt ook zo weer van je af.’ Een kleine maanvis zwaait naar mij, ik zwaai terug en doe zijn mondje na. ‘Ik denk dat ik dat rondjes zwemmen heel vlug beu zou worden,’ zegt Bert. ‘Net niet, want als vis heb je maar hele kleine hersentjes, die zijn geprogrammeerd om alleen te zwemmen en aan niets anders te hoeven denken. Een zaligheid dus.’ Er kijken nu vier maanvissen naar mij, ze kijken wel blij, en even nieuwsgierig als ik. ‘Zie je wel, hoe blij zij zijn,’ zeg ik, maar eerder tegen mezelf. ‘Zonder mijn denken ben ik niets,’ mompelt Bert. ‘Nee, een vis,’ antwoord ik, ‘een vis die zwemt.’
Wow, een echte behind the scenes, leuk!
Lieve Eva,
Ik heb soms zin – vooral na dat ik dit gelezen had – te vissen achter het net. Ik wil dan vissen naar de Eva die bij mij in het atelier zat.
Een schuchtere vis met tranende ogen. En soms weer niet. Ons atelier was dan die bakvissenaquarium met ondefineerbare vissen met prachtige kleuren en ontroerende verhalen.
Jij liet je nooit vangen en het voer waarmee ik je wou vangen werden een stil moment en bleven achter als een van de mooiste herinneringen aan de middelbare graad.
En nog even terloops : Nog 218 keer slapen en ik ga met pensioen.
liefs (ook aan Lieve en Nina)
Urbain