Archief

Maandelijks archief: maart 2009

Ik kijk door het raam want ik schrijf aan mijn scriptie. Een meeuw dobbert op het water, en een twintigtal kopieën baden rond hem heen. Plots splijt het water in twee: een vroege kajak vaart langs. De meeuwen vliegen met tegenzin en luid krijsend op. Zij cirkelen een tijdje boven het kanaal. Na enkele minuten strijken zij die durven neer op het dek van de woonboot. De anderen hebben oog gekregen voor een blauw pakketje dat keurig ingebonden en lui met het water meedrijft. Ook ik volg nieuwsgierig het pakje. Van links naar rechts gaat het, maar moeizaam. Zoals het scriptieschrijven bij mij.

Genoeg! Ik trek de gordijnen dicht en sip van mijn thee. Heet, heet, heet, mijn tong is verbrand. De hele dag nog zal alles wat ik drink en eet smaken naar vleugjes mensenvlees. Waarom komen de woorden nu niet? Ligt het misschien aan die groene thee? Per dag drie sloten van dat spul en je zal je wel fitter voelen, had mijn moeder gezegd, misschien niet in die woorden. En op het pakje stond er ook nog ‘Zuiverend’. Misschien heeft de thee al mijn woorden weggespoeld. Ik moet tenslotte wel veel gaan plassen.

Ik doe de gordijnen weer open. Het pakje is al tot aan de woonboot geraakt. Het is groot genoeg om een dikke baby of een kleine peuter te bevatten. In de Brugse Poort weet je maar nooit. Onlangs stond er op de hoek van mijn straat een koelkast. Die bleef daar maar liefst twee weken staan, met zijn deur wijd open, alsof het een toegang naar een andere wereld betrof. In de eerste week bleef ik een aantal keren staan aan dat ding, me afvragend of ik misschien klein genoeg was om erin te passen. Eigenlijk moet je er niet helemaal in passen, bedacht ik me dan. Als je er één voet in krijgt, volgt al de rest wel vanzelf, want zulke sluizen zijn krachtig genoeg om de hele aarde op te slokken als ze willen. In de tweede week zou ik mij aan De Grote Overstap wagen, had ik besloten. Wat hield me tegen? Ik zou mijn kleurpotloden gewoon in een plastic zakje mee kunnen nemen. Toch twijfelde ik: mijn moeder zou sterven van verdriet als ik mijn telefoon niet meer opnam. In de derde week was de koelkast alweer verdwenen. Het irriteerde me dat ik het risico niet had durven nemen. Maar vooral dat ik nu nooit meer te weten zou komen of er een realiteit naast de onze bestond.

Kan ik eigenlijk wel schrijven? Ik pretendeer altijd van wel, maar eigenlijk heb ik nog niets bewezen. Heb ik het eigenlijk ooit gekund? Wie weet heb ik mezelf de hele tijd iets wijs gemaakt. Elk mens leeft zijn eigen realiteit. Misschien is de mijne wel onbestaande. Misschien ben ik wel al eens door een koelkast gestapt! Soms vrees ik dat mijn leven een droom is en dat ik binnen een paar jaar wakker word in een Russisch weeshuis in mijn blootje. ‘Bange,’ zei Barbara toen ik dat aan haar vertelde. En ook: ‘Megalomaan. Als jij dit leven droomt, impliceert dat dat jij alles hebt verzonnen. Alle mensen, alle dieren, alle bomen, planten en fabrieken. Zelfs de washandjes zou jij hebben uitgevonden. Alles zou door en voor jou bestaan. Zoiets weiger ik te geloven.’

Ze had een punt. Ik heb te weinig zelfvertrouwen om God te zijn, ben te bang. Veel te weinig daadkracht, veel te veel getwijfel. En op de vierde dag schiep God rode bomen. Of nee, paarse. Of witte. Of toch maar groene? Ik weet niet, wat denk jij, Jezuske, paarse dan maar? De wereld zou mijn tv zijn, en ik als een gek aan het zappen. En daar irriteren de mensen zich nu al in, dat kan ik niet maken. Bovendien: welke zichzelf respecterende godheid zadelt zichzelf op met zo’n groot onvermogen tot schrijven? Mijn bijbel zou een lachertje zijn.

Verdomme, Eva. Sluit de gordijnen, begin daar al eens mee. Stop dan met dromen, sluit desnoods even de ogen. Word rustig. Denk aan absoluut niets. Concentreer je op je ademhaling. Rustig, rustig, schrijven, scriptie, woordenstroom, schrijven, je kan het, schrijven, je vindt het leuk, schrijven, woorden, inspiratie, schrijven, heb ik honger? Ik denk dat ik honger heb. Toch eerst een boterham eten, dan hoef ik dat straks, wanneer ik al goed aan het schrijven ben, niet meer te doen. Ik zet me recht en loop naar beneden. De messen zijn op. Ik zal vlug een mes afwassen, of weet je wat, ik doe de hele afwas, dan ben ik daar toch tenminste al vanaf.

De afwas is gedaan, ik heb gegeten, nu kan ik me tenminste helemaal op dat schrijven concentreren. Er is echt niets dat me nu nog in de weg staat. Of toch: ik licht nog even het gordijn op. Het pakje is gelukkig al uit mijn zicht verdwenen. Het schemert al. Ik klap mijn computer open, maak een gloednieuw Word-document aan dat ik ‘Scriptie_voor_echt_4’ doop en leg een kussenje onder mijn poep. Een kwelling hoef je niet per se oncomfortabel te ondergaan. Het typen begint. Ik kijk door mijn raam want ik schrijf aan mijn scriptie. Een meeuw dobbert op het water, en een twintigtal kopieën baden rond hem heen. Plots…

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.660 andere volgers