Archief

Maandelijks archief: mei 2010

heb ik een reeks vogelbuttons gemaakt. Zij varen dagelijks naar de hemel zonder er een feestdag voor te krijgen. Eh, ofzoiets (het is zo’n dag om naar dvd’s te kijken, bv. Edward Scissorhands).
Mail naar evamouton@gmail.com en plaats uw bestelling! Ja! Of kijk naar Edward Scissorhands. U heeft de keuze.

Sommige koppels hebben seks. Andere koppels vragen in de BioPlanet aan het meisje om elke gepasteuriseerde kaas in de verstoog aan te duiden en op te sommen. Het meisje is klaar met wijzen en noemen. Ze kijkt naar het koppel, wat zal het zijn. De vrouw twijfelt. De man heeft geen mening (werd hem jaren geleden afgeleerd, leid ik af uit zijn vermoeide hondenogen). Het is stil, het is zo stil dat ik buiten de wind kan horen blazen. Moet het echt met rauwe melk zijn, probeert het meisje. De vrouw kijkt naar haar, de mondhoeken naar beneden, de neus opgetrokken, alsof er een fucking hondenpenis uit het meisje haar hoofd komt gegroeid. Geschokt. De vrouw kijkt echt geschokt. Ze zucht met gesloten ogen: “Ja, zéker. Zéker met rauwe melk. Oeh ja.”

“Maar De Wever, waarom lijkt jouw gezicht steeds meer op een omelet?” vroeg Roodkapje.
“Dat komt, mijn kind,” antwoordde De Wever, “door mijn voorliefde voor wegrestaurants.”
Het kind zweeg. De Wever ging aan het schuddebuiken.

Ik kreeg een jonge vrouw aan de telefoon.
“Hallo,” zei ik, “mijn naam is Eva Mouton, ik zou graag een afspraak maken in het kantoor voor meer informatie over die formule van jullie.”
“Ja,” zei de vrouw, ze klonk enthousiast, “dat is mogelijk. Maar zeg eens: ben jij dan Eva Mouton, de illustratrice?”

Oke. Dacht ik. Dit is het. Dit is het moment: ik word voor het eerst herkend. No way back, dit is het point of no return: een anonieme toekomst zit er niet meer in voor mij. Al-sje-blief zeg, geen foto’s! Niet wéér een interview. Niet te enthousiast doen, Eva. Ga nu vooral niet enthousiast doen. Je bent beroemd, maar ondanks alles bleef je jezelf. Je bent nog steeds dat meisje van in het klooster naast de kerk.

“Ja,” sprak ik dus, minzaam, niet neerbuigend, vooral niet neerbuigend doen nu, ze moeten nog wel je boeken kopen. “Dat ben ik.”
“Oh, wat leuk, ik heb je werk eens in Weekend Knack gezien,” zei ze.

Ja, dat begreep ik best. Knack Weekend, één van de vele door mij bevlekte media. Knack Weekend, waarom ook niet.

Het was even stil.
“Ja,” zei ze, “het is Kim, “we gingen naar dezelfde school. Je hebt mijn boterhammen met preparé een keer gestolen, weet je nog?”

Langzaam haakte ik in.

Ik kocht een boek, omdat het mocht. Ik had een goed examen gemaakt. Dat moest worden gevierd. Ik kocht ‘Wij’, van Elvis Peeters. Het was goedkoper dan ‘Wij’ van Jeroen Olyslaegers.

Soms, als de kaften, de titels, de foto’s op de achterflap, de lettertypes en beginzinnen aan elkaar gewaagd zijn, weegt zulks door. Sorry Olyslaegers.

De examens zijn gedaan!
(Ik weet wel nog niet wat dat betekent voor het weblog: de examens maakten me uitermate productief. Laten we die lijn vooral proberen verder zetten)

Goeie slogan. Een slogan die 8 maanden telt.

Er gebeurt iets, hier in België. Er zijn dingen aan het gebeuren.

Zo lopen er bijvoorbeeld discussies over Siegfrieds beroepsethiek. Ook is er grote heibel om onwettige en wettige verkiezingen en vraagt men zich af hoe het ene in een zo kort mogelijke tijdspanne in het andere kan veranderd worden. En ik ben er vrijwel zeker van dat er nu in Brussel of Halle of Vilvoorde een grootmoeder aardappelen staat te schillen voor een kleinkind, terwijl haar man aan dat kind met handen en voeten probeert uit te leggen waarom je in Brussel of Halle of Vilvoorde ‘aardappel’ tegen aardappel zegt, en niet patat. Ik, op mijn beurt, ben aan het uitvogelen of er nu eigenlijk een correlatie bestaat tussen de expansie van Bart De Wever zijn kin en de groei van zijn partij, en in hoeverre deze correlatie de opinie van het publiek beïnvloedt.

Het zijn dingen. We zijn er mee bezig, ook al zijn we geen deskundigen en praten we er niet over en hopen we dat er op het volgende familiefeest eens niet over zal worden gediscussieerd. We zijn ermee bezig. Dat kan je bijvoorbeeld ook op Facebook zien. Iemand wordt lid van een groep. Een andere ook. Nog vijf vrienden volgen.

Ja, ik wil wel meedoen. Ja, waarom ook niet. Maar wat brengt dat op, vraag ik mij af. Yves Leterme mocht een tweede keer zijn politieke moed bijeen scharrelen, ook al waren er 37000 mensen lid op Facebook van de groep ‘wij willen Yves Leterme niet terug als premier’. Ook ik was lid van die groep. Ik had heel boos en heel overtuigd op ‘lid worden’ geklikt. Zo, dacht ik. Zo, Yves, dat is dan dat. Ga maar weer naar de geiten. Want als ik lid ben van een groep, dan zal er geluisterd worden, dan verandert alles, dan: de revolutie!

Maar zo werkt dat dus niet. Een facebookgroep geeft ons, vrees ik, een vals gevoel van verbondenheid en macht. Power to the people -woohoo!- een druk op de knop volstaat. Maar wat gebeurt er daarna. Misschien komt zo’n groep eens op een online nieuwssite terecht. Of tweet iemand over het aantal leden. Ja, maar in wezen verandert het niets.

Nee, dan beter iets anders. Op straat komen bijvoorbeeld. Waar is die good old Niet akkoord! Bezet eens een kruispunt-mentaliteit? Ik ken haar alleen van horen zeggen. We hebben nog nooit zo veel, en langs zo veel verschillende kanalen gecommuniceerd, en toch hebben we onszelf hiermee monddood verklaard.

Dus daarom weiger ik lid te worden van jouw groep, of jouw groep, of de jouwe.
De eerste die het land tot in de Wetstraat kan bewegen, kan dan weer wel op mijn steun rekenen. Een spandoek, ongewassen haar, een hele week naar de dvd van Woodstock kijken om in een sfeer van totale verbondenheid te komen. Ja, dat zie ik wel zitten. Traangas in de ogen, handen op de rug, in naam van het volk de gevangenis is (aub wel zonder doden). Gezellig toch? Hebben we daarna weer eens iets spannends om over te tweeten.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.936 other followers