archiveren

Maandelijks archief: oktober 2010

Ik heb de allermooiste plaat van Ray Lamontagne opgelegd en lig onder een deken te huilen op de bank. Bert heft een van mijn benen op en komt onder, tussen en ook wat naast me zitten (het is een hele kleine bank met heel veel kussens en heel veel ikke).

‘Wat scheelt er?’ vraagt hij.
‘Ik ben triestig,’ jammer ik. ‘Ik ben echt heel triestig.’
Mijn lief aait een stuk ikke waar deken over ligt. Dat hebben wij zo afgesproken. Geen kussen, geen vel op vel en ook geen lange knuffels. Hij geeft me een zakdoek.
‘Ik vind het niet meer leuk. Iedereen lacht er mee,’ snotter ik.
‘Ja maar het is ook wel een beetje grappig,’ zegt mijn lief.
‘Dat het een kinderziekte is, maakt me niet minder ziek. Ik voel me echt heel zielig nu,’ zeg ik.
‘Je hebt jezelf De Brigade van Het Boerenomelet gedoopt’, zegt mijn lief. Hij glimlacht.
‘Dat was gisteren. Vandaag ben ik de ziekste. En de zieligste. De allerzieligste van de hele wereld,’ zeg ik. ‘En die handdoeken vouwen zichzelf niet op.’ Diep vanbinnen mis ik mijn mama. Ik denk aan vroeger, aan hoe ik niet stiekem aan mijn werk moest denken als ik ziek was en me gewoon heel erg op het genezen kon concentreren. Ik huil nog een beetje. Ik doe een luchtkusje naar Bert. Hij doet er twee terug.

Op weg naar het hotel vroeg ik vier keer aan Bert of hij de voorstelling goed gevonden had.
Dat ging zo:

‘Ik was zelf wel tevreden denk ik… vond jij het goed?’
‘Maar, nu voor echt, vond je ‘t écht goed?’
‘Ik bedoel: goed? Of had je nog aanmerkingen?’
‘Het was goed hé?’

Elke keer antwoordde hij even enthousiast dat hij het echt goed had gevonden. Niet gewoon goed, nee, écht goed. Op de kamer ploften we tegelijk op het bed. Bert was ziek en ik was moe. Ik zette de tv aan. Dat vond ik gezellig, zei ik. ‘En ook echt vakantie. Tv in een andere taal. En doodmoe kijken van op het bed.’

Op 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en ook 8 kon je seks krijgen op bestelling. Op kanaal 9 vertelde een man over de Nobelprijs en over deeltjes die splitsen en hoe die uitvinding nu in allerlei toepassingen wordt gebruikt. ‘Het gaat snel met de wereld,’ zei hij ook nog.
Mijn oogleden werden steeds zwaarder. De mensen op tv begonnen zoals walvissen te praten. Ik geeuwde en draaide me om. Bert moet de tv hebben uitgezet.


(Op zaterdag 9 oktober lazen Ivo Victoria en ik ultrakorte stukken tekst voor op het GDMW-festival in Rotterdam. Bij die teksten beamden we mijn prenten. De voorstelling hadden we ‘Walvis en citroenen’ gedoopt. Wie er in Rotterdam niet bij kon zijn, heeft nog een tweede kans. Op 23 oktober hernemen we onze voorstelling op het GDMW-festival in Utrecht!)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.636 andere volgers