De Boekenbeurs 2010.

Opeens stond er een kind naast mij. Ik denk dat het een meisje was, maar ik weet het niet zeker. Kleine mensen hebben allemaal hetzelfde stemgeluid en dezelfde voorkant. Bovendien zat ik op De Tekenplaneet, waar vragen over geslacht eigenlijk niet bestaan of aan de orde zijn.

Ze zei: ‘ik vind dat je mooi kan tekenen.’ Ze wees naar het huisje dat ik net op de kast aan het schilderen was.
Ik zei: ‘dank je.’
‘Je collega kan ook mooi tekenen,’ zei het meisje. Ze wees naar Gerda.
Ik zei: ‘ja, dat is waar.’

Toen verdween het kind. Al snel stond ze terug, op haar zelfde plekje, dit keer met een fototoestel in haar handen. Ze keek in mijn schetsboek en begon aan te wijzen wat waar stond en wat waar nog ging komen.
‘Je moet het schetsboek niet geloven,’ zei ik. ‘Eigenlijk heb ik geen plan in mijn hoofd.’
‘De poes staat daar, maar heeft haar ogen open,’ zei het kind, ‘in je boek zijn haar ogen gesloten.’
‘Ja,’ zei ik, ‘de poes had eigenlijk geen zin meer om te slapen in de kast.’

Het kind verdween weer.

Ik zei: ‘fuck, mijn paard is mislukt.’
Gerda zei: ‘maak er een zebra van.’
Ik zei: ‘fuck, mijn zebra is mislukt.’

Toen stond het meisje weer naast me.
Ze zei: ‘het leven is er om fouten te maken. Het belangrijkste is dat je uit die fouten leert.’
Ik keek haar aan.
‘Hoe oud ben jij?’ vroeg ik.
Het kind dacht even na, knipperde met haar ogen en zei toen: ‘acht.’
‘Wat zo leuk is aan schilderen, is dat je je fouten nog onder een laagje wit kan verstoppen,’ zei ik, ‘dat je er helemaal niet uit hoeft te leren.’
Het kind keek me streng aan en zei: ‘uit vals spelen leert niemand wat.’

Ze was weer weg. Ik begon me af te vragen of andere mensen dit kind wel konden zien. Of ik alleen haar kon zien. Met die vragen en inzichten van haar. Was zij mijn geweten? Had zij wel een naam? Waar waren haar ouders toch gebleven? Dit was toch niet normaal.

Ik schilderde verder. Het kind kwam weer naast me staan. Ze toonde de foto’s die ze van de tekeningen had gemaakt.
‘Teken jij eigenlijk graag?’ vroeg ze.
‘Wat denk je zelf?’ vroeg ik.
‘Ik denk van wel,’ zei ze.
‘Het is het liefste wat ik doe,’ zei ik.
Ze glimlachte. ‘Dat kon ik zien,’ zei ze.

Ondertussen was Heidi Lenaerts aan de grote boekenquiz begonnen. Ze stelde vragen aan de drie finalisten. Twee vrouwen en een man. Wie de meeste antwoorden goed had, won de kast. Ik vond het spannend en ook leuk dat ik niet mee hoefde te quizzen. In de plaats lekker met dat kind van mij in mijn tekenwereld kon zitten.

‘Dat is mijn mama daar,’ zei het kind. ‘Die linkse.’
‘O,’ zei ik. Ik werd een beetje triestig van dat nieuws. ‘Dus jij bent echt?’
‘Wat?’ vroeg het kind.
Ik zei: ‘niets.’

De mama won de quiz niet. Ik vond het best sneu voor dat kind. Gelukkig heeft ze de foto’s nog, dacht ik.
Later hoorde ik het kind roepen: ‘gratis stickers!’
Ik heb haar niet meer terug gezien.

Gelukkig heb ik de foto’s nog, dacht ik.

About these ads
4 comments
  1. Ine said:

    als ik die boekenkast had, zou ik altijd al mijn boeken tegelijk lezen. want anders moeten ze in de kast. en dan zie je de prenten niet meer…

  2. Super die boekenkast alleen heb ik het gevoel dat iemand niet mee is op de foto…
    Het skelet kijkt wel heel vragend rond naar al die armen in de lucht. Dat komt erg bot over.

  3. Leuk verhaal. Hoe is de zebra geƫindigd?

  4. Eva Mouton said:

    Als een wit paard :o)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.936 other followers

%d bloggers like this: