Ronny had Esmeralda voor het eerst gezien op het feestje van Evy. Ze hadden samen in de plasrij staan wachten.
‘Ik moet echt heel dringend,’ zei Ronny. Achter hem zei iemand met een schril stemmetje dat zij nog dringender moest. Echt supersupersuperdringend moest zij. Later zou Ronny zich ergeren aan wat hij Esmeralda’s dramaqueen attitude noemde. Maar toen in de plasrij vond hij het best schattig. Hij liet het meisje voor.
Zo kon hij tenminste haar kont checken.
‘Hoe heet jij?’ vroeg het meisje.
‘Ronny,’ zei Ronny. ‘Ronny De Roper.’
‘De Roper? Wat is een roper?’ vroeg het meisje.
Ronny haalde zijn schouders op. Het meisje stak haar hand uit. ‘En ik heet Esmeralda. Van Heemsvelde Esmeralda.’
‘Dat is niet beleefd,’ zei Ronny. Hij schudde haar hand. Slap handje.
‘Wat niet?’
‘Je familienaam voor je voornaam zetten.’
Esmeralda rolde met haar ogen. ‘Waarom niet?’
‘Daarom niet.’
Esmeralda draaide zich om. Ze stak haar hand tussen haar benen en wipte op en neer.
‘Ben jij geadopteerd misschien?’ vroeg Ronny.
‘Waarom?’ Esmeralda keek niet om.
‘Ik ken niemand die Esmeralda heet. Waarom heet je zo?’
‘Omdat ik moet pissen, oké?’
Er kwam een man uit de wc. Zijn gezicht was rood aangelopen.
‘Eindelijk!’ zei Esmeralda. Ze hipte de wc in en meteen weer uit.
‘Boaak!’ schreeuwde ze. ‘Ik pis wel in het bad.’
Ze hadden samen in het bad gepist. Ronny staand en in stilte, Esmeralda gezeten op de rand, luid pratend over haar hondje dat alleen thuis zat en zeker ook moest pissen. Kakken zelfs misschien.
‘Daag,’ zei ze. ‘Ik ga naar huis. De hond hé. Nu gaat dat beest niet meer uit mijn gedachten.’
Ronny zwaaide haar uit met beide handen. ‘Kuthond,’ zei hij.













