Archief

Maandelijks archief: november 2010

Ronny had Esmeralda voor het eerst gezien op het feestje van Evy. Ze hadden samen in de plasrij staan wachten.
‘Ik moet echt heel dringend,’ zei Ronny. Achter hem zei iemand met een schril stemmetje dat zij nog dringender moest. Echt supersupersuperdringend moest zij. Later zou Ronny zich ergeren aan wat hij Esmeralda’s dramaqueen attitude noemde. Maar toen in de plasrij vond hij het best schattig. Hij liet het meisje voor.

Zo kon hij tenminste haar kont checken.

‘Hoe heet jij?’ vroeg het meisje.
‘Ronny,’ zei Ronny. ‘Ronny De Roper.’
‘De Roper? Wat is een roper?’ vroeg het meisje.
Ronny haalde zijn schouders op. Het meisje stak haar hand uit. ‘En ik heet Esmeralda. Van Heemsvelde Esmeralda.’
‘Dat is niet beleefd,’ zei Ronny. Hij schudde haar hand. Slap handje.
‘Wat niet?’
‘Je familienaam voor je voornaam zetten.’
Esmeralda rolde met haar ogen. ‘Waarom niet?’
‘Daarom niet.’

Esmeralda draaide zich om. Ze stak haar hand tussen haar benen en wipte op en neer.

‘Ben jij geadopteerd misschien?’ vroeg Ronny.
‘Waarom?’ Esmeralda keek niet om.
‘Ik ken niemand die Esmeralda heet. Waarom heet je zo?’
‘Omdat ik moet pissen, oké?’

Er kwam een man uit de wc. Zijn gezicht was rood aangelopen.
‘Eindelijk!’ zei Esmeralda. Ze hipte de wc in en meteen weer uit.
‘Boaak!’ schreeuwde ze. ‘Ik pis wel in het bad.’

Ze hadden samen in het bad gepist. Ronny staand en in stilte, Esmeralda gezeten op de rand, luid pratend over haar hondje dat alleen thuis zat en zeker ook moest pissen. Kakken zelfs misschien.

‘Daag,’ zei ze. ‘Ik ga naar huis. De hond hé. Nu gaat dat beest niet meer uit mijn gedachten.’
Ronny zwaaide haar uit met beide handen. ‘Kuthond,’ zei hij.

Het was kwart over twee in de namiddag. Esmeralda kneedde het brooddeeg. Hard, en zeker niet met liefde. Want ze dacht aan Ronny, en hoe hij zonder iets te zeggen was vertrokken deze ochtend.

Hoe kon hij haar dit aandoen?
Wat was er toch mis met haar?
Had ze hem iets misdaan?
Scheelde er misschien iets met haar adem?

Esmeralda sloeg met haar vuist in het deeg.

En wat dan nog als haar adem naar het putje stonk?
Liefde overstijgt toch alles?
Lifts us up where we belong?
Where the eagles fly?

Ze had hem goddomme druifjes uit haar navel laten eten vannacht.

Esmeralda maakte een kommetje met haar handen en blies erin.
Nee, met haar adem was alles prima.

Het lag aan Ronny.
Hij kon zich niet binden.
Met dat moedercomplex van hem.
En die vieze sokken overal.
En dan dat snurken.
En zijn vrienden. Wanneer ging hij die eens lossen?
Wanneer ging Ronny eigenlijk eens volwassen worden?
Een job zoeken bijvoorbeeld? Heh? Niet meer weglopen van de dingen?

Esmeralda pulkte een stukje deeg los en stak het in haar mond.
Nog te weinig zout, vond ze.
Ze nam een nieuwe zak uit de kast, scheurde hem open, keek woedend voor zich uit en begon het zout op het brooddeeg te gooien.

De organisatie van Onbederf’lijk Vers mailde me een aantal maanden geleden om te vragen of ik wou voordragen op hun festival. Ik antwoordde, hard to get als ik ben, meteen dat het goed was. Waarop zij vroegen of ik iets met poëzie wilde gaan doen. Poëzie en tekeningen, dat was ideaal.

Ik denk dat ik zeker een maand niets van me heb laten horen.
‘Poweezie,’ dacht ik geregeld tijdens die maand. Als ik een boterham met choco aan het eten was. Of sokken aan het vouwen. ‘Poweezie.’ Als ik aan de kassa van de H&M naar mijn bankkaart zocht.

Dus opende ik op woensdag 13 oktober mijn voordracht telkens (telkens, want ik las die avond 3 keer een kwartier voor) op dezelfde manier. Ik zei: ‘ik weet ook niet wat ik hier doe, want ik schrijf eigenlijk geen poweezie. Maar he, wat is proza anders dan een heel erg lang gedicht?’ en dan begon ik verhalen te vertellen.

Ik vond mezelf heel erg grappig die avond, dat weet ik nog. Met die bindteksten van me.

De volgende dag had ik een interview met Humo in Brussel. Ik kon vanuit Nijmegen meerijden met Thomas Blondeau. Hij dropte me aan de VRT, want hij moest daar tv-spotjes voor De Boekendokter opnemen. In de file had ik met weinig overtuiging een zwangere vrouw gespeeld. Boekendokter had me Anna Karenina voorgeschreven. Toen aten we Maltezers.

‘s Avonds had ik plots gekke bultjes op mijn schouders. Een allergie aan mijn nieuwe shampoo, dacht ik. Voor het vervolg, lees: De Windpokken.

Whiehoew! De nieuwe cd van Styrofoam, Disco Synthesizers & Daily Tranquilizers ligt eindelijk in de rekken!!!

Op de website van Knack Focus kan je de nummers voorbeluisteren en het artwork bekijken. Arne Van Petegem (het brein achter Styrofoam), geeft uitleg over de nummers. Ik doe hetzelfde over de tekeningen.

Op vrijdag 12 november opent Flying Saucers Are Real, een nieuwe club in Antwerpen (in de keldervertrekken van Vice). Styrofoam speelt er voor het eerst live zijn nieuwe album & ik zal (om 21.00u) voorlezen + tekeningen beamen aan een ongetwijfeld dan al massaal aanwezig publiek. Meer info op facebook.

Styrofoam: Arne Van Petegem
Grafische vormgeving: Onno Hesselink
Illustraties: Eva Mouton

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.936 other followers