Archief

Maandelijks archief: februari 2011

Afgelopen donderdag vond de plechtige overhandiging van de Japanse Styrofoam cd plaats. In de Charlatan, door Arne Van Petegem himself. Na een korte hyperventileersessie maakte ik een diepe buiging en sprak ‘danku, Arne Van Petegem himself, danku zeer.’

De Japanse versie is echt cool: de teksten zijn vertaald en er staan ook nieuwe remixen op. Dat zie je niet op de foto, maar dat is dan weer een goed excuus om dit jaar nog naar Japan te gaan, toch? Hoe komt het dat ik al deze onzin schrijf? Zou het iets te maken hebben met deze witte maandagochtend? Of met mijn overdosis gemberthee? Gn.Gn.Gn.

Anyway: hier is de foto.

En dan ben ik nu klaar met de blogspam van vandaag.
Morgen is Frank er weer, met meer weer. Dag!

Aan de vooravond van gedichtendag werd het stadsgedicht van Genk, ‘Inwijkeling’ (geschreven door Maarten Inghels, illustratie door mezelf) voorgesteld. Maarten las die avond voor uit eigen werk, ik tekende live op zijn gedichten.

Facebookstatus op gedichtendag: ‘Ik lig in de zetel. Bert komt mij kriebelen aan mijn gezicht. ‘Ik zie u zo graag dat ik u dood zou willen knijpen’, zegt hij. Ik lach. Oh ja, god ja, denk ik. Verlos mij uit mijn lijden. Want ik heb de grootste kater ooit.’

God, wat waren we wild, daar in Genk. Ik ben nog nooit zo wild in Genk geweest.

Korte Metten stond in het teken van Kerst. De kalkoenen, rendiertruien en hemelse Finse gezangen vlogen ons om de oren. Ik tekende live een kerstdiner aan elkaar. Nu ja, een kerstdiner. Eerder de voorbereidingen, want mijn familie is nooit aangekomen.

Dat komt hierdoor:

Ik had drie camera’s die elk een A3-blad filmden en in verbinding stonden met drie immense schermen. Ik had dus drie situaties nodig. Op het ene blad tekende ik het huis van de nonkel en de tante (De Smet – Mouton), het andere blad gebruikte ik om het overzicht (in hoeverre dat er was, u weet, ik ben niet de meest georganiseerde vrouw ter wereld, maar ik doe pogingen. Ik doe pogingen) te bewaren en op het derde blad zag je de ik-figuur. Ik dus, samen met mijn zus en haar baby, klaar om te vertrekken.

Een minuut voor de bezoekers binnen werden gelaten, vroeg de organisator nog eens of ik wel een plan had.
‘Ja, ja,’ zei ik, ‘natuurlijk.’ Ik glimlachte lief en sprak kordaat. Hij haalde opgelucht adem. Ehm, dacht ik. Ik zette me achter mijn tafel.

Het moest heel cliché zijn, vond ik.
Elk kerstdiner is toch cliché?
Dus moest er een oma zijn.
Een heel betweterige oma. Een oma die het organiseren van het kerstfeest niet meer aankon omdat opa net gestorven was en daarom was het feest bij nonkel en tante. Voor het eerst in jaren. Het cliché doorbroken. Oei oei als dat maar goed afloopt. Ja, keigoed. Laten we zoiets doen.

Oke, dus we zien een heel zenuwachtige tante de gourmetstelletjes op de tafel plaatsen en af en toe bevelen schreeuwen naar nonkel, die rustig in de zetel zit (‘zijn die lichtjes van de kerstboom nu nog niet aan, wat moet het volk niet peinzen’ etc.).

Eva is ondertussen gearriveerd bij Nina (de zus) en de baby. De baby huilt. Hij moet nog een laatste voeding krijgen. Dan kunnen ze vertrekken. Eva vraagt aan Nina of we wel een binnenkomerke hebben. Nina zegt: ‘shit’. Nina zegt: ‘ik heb nog een doos pralines in de koelkast staan. Gekregen op mijn werk. We zullen die afgeven.’

De baby drinkt traag.
De nonkel heeft een zak chips opengetrokken. Hij heeft al een klein hongerke.
Eva neemt 1 praline uit de doos. Dat valt niet op zenne, zie maar.
De tijd verstrijkt.
Tante wordt steeds zenuwachtiger.

Ondertussen ging de tijd in de Vooruit ook met rasse schreden voorbij. Na een korte time-check zag ik dat ik nog maar 20 minuten had. Het volk was nog niet eens gearriveerd. De gourmetstellen zaten nog niet in het stopcontact. De baby was nog niet klaaaar! Kleine paniekaanval.

Alle babyspullen zijn ingeladen. De doos pralines is halfleeg. Eva probeert de roze strik rond de doos zo goed mogelijk te schikken.
Tante doet al een fles cava open. Ze moeten het zelf maar weten. Ondertussen is de oma gearriveerd. ‘Amai, bij mij was iedereen altijd op tijd zenne,’ zegt ze, ‘we hadden het precies toch beter bij mij gedaan.’ Ze snuift. Nonkel zegt: ‘ja ja, ma. Ja ja.’

We zien tante met de fles cava ronddolen door het huis. Ze heeft een rauwe minihamburger in haar mond. Ze struikelt. Er klotst een geut cava over het vast tapijt. ‘Oepsie,’ zegt ze, ‘oepsiedepoepsie toch.’ Ze bulderlacht en zwalpt.

Toen ging het licht uit. Zomaar, plots, zonder aankondiging. Ik begon mijn potloden op te ruimen. Ik dacht: het zal wel gedaan zijn zeker. Toch? Eigenlijk wel een goed einde, dacht ik. Met die tante. En dat zwalpen.

Mijn mama kwam zeggen dat het goed was, en dat er veel mensen echt de drie schermen in het oog hadden gehouden. Dat ze echt het verhaal volgden.
‘Maar was het echt goed?’ vroeg ik.
‘Het was echt goed,’ zei mama.
Ze gaf me een glas cava en ook nog het glas cava van Nina want zij gaf nog borstvoeding en mocht niet te veel drinken. Ik dronk snel de twee glazen uit. Oepsie, dacht ik. Oepsiedepoepsie toch.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.697 andere volgers