Armoe troef!: ‘Thuiskomdag’
(Geschreven bij ‘Karig maal’ van een anonieme Meester, 17de eeuw, in opdracht van MSK Gent voor Erfgoeddag 2011.)
Elke eerste dindag van de maand komt een gammele kar alle papa’s van het dorp ophalen. Oude, jonge, papa’s met maar twee tenen: allemaal worden ze in de kar gejaagd. En allemaal kijken ze even beteuterd.
Ze rijden naar een dorp aan de andere kant van het land. Daar worden alle papa’s en de paarden met een grote lift naar beneden getakeld. Bijna tot aan het middenste van de wereld. Met grote houwelen moeten de papa’s er zwarte kolen kappen. De paarden brengen de kolen naar boven.
Boven moeten de mama’s de veel te dure kolen kopen. Om onze kleine huizen een paar uur warm te houden. Daarna gaat de stoof weer uit en slaan we dikke dekens om de schouders. We zitten in stilte aan tafel en wachten op de kar. Op onze papa’s die na drie weken in de grond met zwarte gezichten en vale ogen weer aan onze tafels komen zitten.
Mijn mama maakt op zo’n thuiskomdag altijd hetzelfde klaar. Versgebakken brood en pap met twee schepjes bruine suiker, want ’t is feest en mijn papa heeft honger als wel twintig paarden samen. Toch geeft hij mij telkens weer de eerste lepel pap cadeau.
