Armoe troef!: ‘Vissenkop met frietjes’
(Geschreven bij ‘Kraam van een Visboer’ van Adriaen van Utrecht, 17de eeuw, in opdracht van MSK Gent voor Erfgoeddag 2011.)
Het was woensdag. Markiezin Van Dessel zat in haar paarse ribfluwelen stoel. Ze keek nors naar buiten. Naar haar pauwen. En de ganzen en het hangbuikzwijn. En naar de grote sproeifontein.
‘Altijd dezelfde beesten in dezelfde tuin,’ zeurde ze tegen het personeel. ‘Die gaan na een tijd ook vervelen. Had ik maar digitale tv. Of een Playstation Twee zoals gravin De Wilde.’ Ze zuchtte.
Het personeel werd al een beetje zenuwachtig. Want wanneer de markiezin zich verveelde, kreeg ze altijd zin in eten. Dan beval ze haar meiden om hele moeilijke recepten te maken. Kalkoen aan het spit met veenbessensaus of Kikkerbil met erwtjes. De knechten en meiden keken angstig naar elkaar.
‘Mmm druifjes,’ begon de markiezin. En hoppa, knecht 4 sprong recht en liep naar de boomgaard.
‘Of nee, nee, kippenboutjes met citroensaus.’ Meid 5 nam een mes en rende halsoverkop naar het kippenhok.
‘Of wacht, ik weet het, ik weet waar ik echt zin in heb vandaag!’ riep de markiezin.
‘Zeker weer beverstoemp,’ piepte meid 3 tegen de knechten, ‘en dat kan ik net niet goed.’
Maar het was geen beverstoemp. En ook geen kalkoen of kikkerbil. De markiezin had zin in vissenkop met frietjes. ‘En weten jullie wat?’ zei ze, ‘ik ga er gewoon zelf om op de markt. Dan kom ik nog eens onder de mensen. Want jullie weten, personeel, dat ik ondanks mijn succes en rijkdom altijd mezelf gebleven ben.’ Ze deed vastberaden haar fluwelen hakschoentjes aan, nam een gouden emmer van het schap en marcheerde naar buiten.
Al snel stond het dorp in rep en roer. ‘De markiezin komt naar buiten,’ schreeuwde het volk. ‘Ze gaat richting markt met een emmer!’ Vrouwen met kinderen, werkende mannen, bedelaars, nonnen en paters; iedereen dromde bijeen om haar te kunnen zien. Want de markiezin kwam alleen voor erg belangrijke zaken in het dorp.
Aan het kraam van visboer Eddy bleef ze staan. Het volk hield de adem in. ‘Visboer Eddy,’ zei de markiezin, ‘vul mijn emmer met vieze vissenkoppen.’ ‘Maar mevrouw de markiezin,’ stamelde de visboer, ‘heeft u niet liever iets anders? Iets verfijnds? Ik heb net verse haai en surimisalade pikant in mijn kraam. Heerlijke delicatessen voor een lelieblanke schoonheid als u.’
‘Vissenkop!’ gilde de markiezin. Ze rolde met haar ogen. ‘In vissenkop heb ik zin, dus vissenkop zal het zijn.’ Eddy slikte, sneed stiekem de mooiste vissenkoppen af en stak de gouden emmer vol. De oogjes van de markiezin fonkelden. Het volk had haar nog nooit zo gelukkig gezien.

altijd weer opnieuw een plezier om lezen!!!
Wat verschrikkelijk leuk geschreven, ik ben fan!