Armoe troef!: ‘De autoluchtmobiel’

(Geschreven bij ‘Gastvrijheid voor vreemdelingen’ van Gustave Van de Woestyne, 1920, in opdracht van MSK Gent voor Erfgoeddag 2011.)

Als we ons vervelen, verzinnen we grote verhalen. Mijn broer en ik. Over een buitenaardse olifant die in ons dorp neerdaalt en ons zo snel van zijn slurf laat glijden dat we –hopsa!- een grote stad zoals Gent in vliegen. En wat we daar dan zouden doen. Snoep eten tot we misselijk zijn. In een speelgoedwinkel blijven slapen. Of twintig afleveringen van F.C. De Kampioenen kijken.

Want wij wonen in een saai dorp. Iedereen die hier geboren wordt, blijft. En er komt ook nooit iemand bij van buitenaf. ‘Lekker gezellig,’ zegt mijn mama. Iedereen kent elkaar en als je een citroen nodig hebt maar de Colruyt is dicht dan zijn er altijd wel buren die je wat kunnen lenen. Gezellig, gezellig. We hebben zelfs geen burgemeester of politiemensen nodig. Hier gebeurt toch nooit wat.
‘Saai,’ zegt mijn broer.
‘Saai,’ zucht ik terug. En we bedenken weer een volgend verhaal.

Maar vorige maand veranderde alles plots. We hadden pedagogische studiedag. Dan hoef je niet naar school. Mijn broer en ik verveelden ons natuurlijk dood. We deden kopstand en bedachten een stom verhaal over Tony De Hotdogfretter. Ineens ging de bel. We sprintten naar de deur. Mijn broer was er eerst. Hij opende de deur.

Er stond een man die we nog nooit hadden gezien. Hij droeg een sjaal en een hoed en een knapzak op zijn rug.
‘Dag kinderen,’ zei hij met een gek, krakend stemmetje,’ ik ben nonkel Koen uit Amerika. Ik heb mijn autoluchtmobiel op jullie dak geparkeerd en zou nu wel een glaasje cola zonder prik lusten. Mag ik binnen komen?’ Hij giechelde. Mijn broer en ik riepen tegelijk onze papa.

Onze papa keek naar de man. Zijn mond viel open van verbazing.
‘Koen?’ vroeg hij. En nonkel Koen uit Amerika knikte. Ze vielen in elkaars armen en zeiden ‘broer, broerke toch.’

Onze nonkel had tijdens de oorlog moeten vluchten naar Amerika omdat hij een uitvinder was. Pas twintig jaar na het einde van de oorlog was het veilig genoeg voor hem om terug te komen. Met zijn zelfgebouwde autoluchtmobiel.

Sinds hij bij ons woont is alles anders. Als we ons vervelen, mogen mijn broer en ik stiekem met de autoluchtmobiel naar Gent. Dan parkeren we op het dak van een school of een museum en eten we snoep tot we misselijk zijn. Of kijken we naar twintig afleveringen van F.C. De Kampioenen. We zijn wel nog nooit in een speelgoedwinkel blijven slapen.

‘Dat komt er wel nog eens van,’ fluistert onze nonkel. Hij giechelt. En drinkt nog een glaasje cola zonder prik.

About these ads
1 comment
  1. weet je het of niet?
    ik ben nonkel koen uit Amerika een week of drie geleden, na jaren, tegengekomen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 4.130 other followers

%d bloggers like this: