archiveren

Maandelijks archief: augustus 2012

De anekdote is deze week van Wouter Cajot (boekhandel ‘t Stad Leest in Antwerpen):

Klant: ‘Kunt u eens opzoeken of u het boek Het probleem skihotel hebt?’

Wouter: ‘Bent u zeker van de titel? Ons systeem herkent hem niet.’

Klant: ‘Ja meneer, dat is de juiste titel. Mijn dochter heeft het op een briefje geschreven, kijk maar.’

Wouter: ‘En u bent zeker dat het een boek is, en geen stripverhaal van Kiekeboe bijvoorbeeld?’

Klant: ‘Nee, meneer, het is een boek.’

Wouter: ‘Kent u de auteur misschien?’

Klant: ‘Tuurlijk, het is die van die film met die zatte nonkels.’

Wouter: ‘Dan zoekt u vast Dimitri Verhulsts Problemski hotel.’

De illustratie:

De anekdote is van Bart Van Aken van boekhandel Paard Van Troje in Gent:

Klant: ‘Waar staan de Vlaamse boeken?’

Verkoper: ‘Wat bedoelt u precies?’

Klant: ‘Ah ja, de boeken in het Vlaams geschreven.’

Verkoper: ‘Bedoelt u schrijvers die afkomstig zijn uit Vlaanderen?’

Klant: ‘Helemaal niet, ik heb het over boeken die in het Vlaams geschreven of vertaald zijn.’

Verkoper: ‘Euhm, Felix Timmermans of Ernest Claes? Of misschien Dimitri Verhulst?’

Klant wordt boos: ‘Nee, ik wil boeken in het Vlaams geschreven! Waar zijn de Vlaamse vertalingen van Toon Hermans dan? Wat is dat voor een winkel hier, ge zit in Vlaanderen en hebt geen Vlaamse boeken?’

De illustratie:

Ik droomde dat ik op kot zat in een nieuw woon- en winkelcomplex in Genk. Bijna alle muren waren van glas en alles rook nog naar nieuw. De kranen blonken, mijn bed was strak opgemaakt en ik had zelfs tv. Ik keek naar buiten: een plein, jonge, takkige boompjes en klinkers zonder kauwgom. Het was allemaal heel spannend en ik voelde me blij.

Er gleed een jongen in een rolstoel voorbij. Hij had een halve gezichtsprothese en kunstarmen en -benen. De protheses waren niet omkapseld met een kunststof die eruitzag als huid. Alle rubberen elastieken, draden, plaatjes en gewrichten lagen zonder schaamte bloot.

Later ontmoette ik de jongen in mijn kot. We zaten naast elkaar op de bank en ik vroeg hem of hij voelde dat ik aan zijn onderarm kwam. Hij zei van niet. Hij raakte mijn vingers voorzichtig aan met zijn vingers en vroeg waar ik vandaan kwam. Ik schoof zwijgend dichter.

Er waren lessen en feestjes en toch bleven alle mensen nieuw. Alsof ik geen vrienden durfde te maken. Ik nodigde mensen uit op mijn kot. Ik wist dat ik ze nooit beter zou leren kennen, maar dat gaf niet: het was goed voor nu. Ze hadden bier meegebracht en we keken tv. Het was die film met die Aziatische en Colin Farrell. Iemand riep: ‘hete rukker!’ En gelach.

De jongen reed naar mijn badkamer en begon zich klaar te maken voor de nacht. Hij vroeg me om hem te helpen. Ik was bang dat ik zou gruwelen van zijn lichaam, maar stak toch mijn hand uit. We begonnen met zijn gezicht. Een mond zonder lippen, twee gaatjes waar zijn neus had moeten zitten en een rode, vlezige borstkas kwamen tevoorschijn. Hij lachte en zei: ‘Zo, nu is het ergste wel voorbij.’ Toen klikten we zijn onderbenen en -armen los en zoals hij daar zat en ik daar leunde, en we met zoveel zorg zijn lichaam stripten, voelde ik een liefde die ik nog nooit had gevoeld. Hoe minder lichaam er was, hoe intenser het gevoel werd, tot er alleen maar liefde overbleef die zo diep en intens was dat ik ervan moest huilen.

Hij wilde mij troosten maar ik had zijn armen in mijn handen, dus dat ging niet. Daar moesten we allebei om huilen en lachen tegelijk. Toen werd ik wakker. Mijn borst zat vol, vol, vol met liefde. Ik kwam aan mijn wang: er rolden echte tranen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 6.333 andere volgers