Een hele tijd geleden kreeg ik een mail van een meisje. Ze schreef dat ze voor de les Nederlands een ‘Eva’s Gedacht’ moest tekenen en schrijven, maar dat ze niet wist hoe ze eraan moest beginnen.
Ik gaf haar wat tips en deelde haar vraag op facebook, omdat
1. het ontzettend cool is om te horen dat je getekende columns gebruikt worden in de lessen Nederlands. In mijn tijd vonden we zinsontleding ‘creatief en spannend’. In die lessen mochten we namelijk gekleurde stiftjes gebruiken. Gekleurde stiftjes! In je schriften! Stel je voor. (Licht overdreven, natuurlijk. Maar toch: verder dan ‘…En daarom doen we vandaag een rollenspel!’ zijn we in de lessen Nederlands die ik heb gekregen nooit geraakt).
Ondertussen zit ik me af te vragen hoe ‘cool’ de leerlingen hun opdracht eigenlijk vonden. Een idee verzinnen, eraan schaven én het dan nog eens moeten uittekenen: veel moeite voor een opdracht die op een stuk of tien punten staat. Lange gezichten, onverschillige schouders, diepe, diepe maandagochtendzuchten. Zien jullie ze nu ook? (Gniffel gniffel)
2. het ontzettend cool is om een mail te krijgen van een meisje dat (heel beleefd) aan de bron vraagt hoe het nu eigenlijk zit met zo’n ‘Gedacht’. Plantrekkerij galore!
Soit, ik deelde het mailtje dus op Facebook, niet wetende dat de leerkracht in kwestie lid is van mijn pagina. Wat volgde was een gesprek tussen leerkracht (‘Mailen naar Eva om te vragen hoe het moet?!’), leerlingen (‘Alsjeblief niet delen op Facebook, he, Eva, als je onze ‘Gedachten’ ontvangen hebt’ en mezelf ‘Tuurlijk wel!’).
Tuurlijk wel, dus. Maar niet op Facebook, wel op deze blog.
Opgelet: ze zijn bijzonder schattig, aandoenlijk, goed gevonden en grappig (zo schattig, aandoenlijk, goed gevonden en grappig dat ik serieus heb overwogen om ze niet te delen, maar gewoon te publiceren in De Standaard. MOEHA-HAHA (evil laugh) (ik zou denk ik echt een toffe leerkracht zijn) (dit bericht is klaar).



