Where to start? Bij de laatste voorstelling in Lier? De première? De repetities in’t STUK? De eerste samenkomst? Ons onderonsje op Twitter? Of nog vroeger: bij dit boek? (Oh man, dit wordt een lange post).

Een drietal jaar geleden gaf Arne Van Petegem me dit boek cadeau. Hij zei dat hij er, sinds hij het gelezen had, al een paar had weggegeven. We hadden net een minivoorstellingetje gemaakt voor het M-IDZOMERfestival in Leuven. Arne maakte live muziek, ik tekende live 5 epische filmkoppels. Achteraf, tijdens het eten van een ijsje op het gras, vertelde Arne dat hij al lang iets wilde doen met dat boek. ‘Iets?’ ‘Ja, een theatervoorstelling, ofzo.’ Op weg naar huis bladerde ik door het boek en was ik, ondanks het Engels (ik beken, ik had nog nooit in het Engels gelezen) meteen vertrokken.
De tijd ging traag, de tijd ging snel. We werkten niet meer samen, maar verloren elkaar niet uit het oog (Ik herinner me een avond dat ik, op weg naar Berchem Station en hongerig als een paard, aanbelde bij Arne, ik van zijn vrouw een ‘restje’ (lees: portie voor twee) ovenschotel voorgeschoteld kreeg en bijna mijn laatste trein miste).
Anyway, twee jaar later bespraken we de -nog steeds vage- plannen om iets met dat boek te doen op Twitter. En toen kwam Ivo Victoria zich moeien. Hij zei, en ik citeer: ‘Nog een schrijver nodig?’ ‘Ja.’
We mailden, skypeten en selecteerden een aantal verhalen die Ivo Victoria verknipte. Arne maakte soundscapes en ik schetste een aantal ideeën die ik gemakkelijk live kon tekenen op mijn iPad. We hadden een voorstelling van 25 minuten, die we vorig jaar als try-out speelden in de Melkweg in Amsterdam. Dat zag er zo uit:



Na de try-out besloten we: de voorstelling rammelt, maar we willen er wel iets meer mee doen. ‘We maken er een avondvullend programma van,’ toeterde Ivo Victoria.
We kregen repetitieruimte van het STUK in Leuven en kwamen maandelijks een drietal dagen samen. Van de oorspronkelijke try-out bleef amper iets over: we sleutelden nog meer aan de verhalen, Ivo Victoria herschreef een hoop, we puzzelden alles beter in elkaar, Arne hernam de muziek en ik mijn tekeningen.
Het tekenen met de iPad ging me te traag: ik kon maar een viertal tekeningen opbouwen tijdens de try-out en zag het niet zitten om me tijdens ons ‘avondvullend programma ;)’ de hele tijd te moeten haasten. Er was zoveel te vertellen. Ik besloot om met de iPad op voorhand een aantal beelden te maken. Die konden als decorstukken fungeren en achter Ivo Victoria worden geprojecteerd. Een maand of twee later vond ik dat er nog steeds iets miste: er zaten een aantal droomsequenties en herinneringen in het stuk die ik parallel met de beelden op het grote scherm wilde projecteren.
De oplossing vond ik in zo’n oldskool retroprojector. Ik knipte de dromen en herinneringen heel ruw en zonder veel details, om ze later op het podium in elkaar te puzzelen. Het zwart-witte, korrelige en sfeervolle, vergeelde licht van de retroprojector contrasteerde met de grote, gekleurde iPadtekeningen. Net wat ik nodig had.
Hier zijn een aantal iPadtekeningen:










En een idee van de tekeningen op de retroprojector:


Na het ineen puzzelen van de voorstelling wachtte ons nog een aantal technische taken, zoals het lichtplan, de opstelling op het podium en de aankleding. Gelukkig allemaal ondersteund en in samenwerking met de geweldige techniekers van het STUK.

Na maanden voorbereiding kon ‘Geen pijn of wat dan ook’ in première. Maar eerst nog wat wachten. Eerst in de backstage van het STUK,

dan in de Bourla (Antwerpen),

daarna in de Brakke Grond (Amsterdam),

in cc De Kern (Wilrijk)

en in Cultuurcentrum Lier.

En overal duurt dat wachten even lang.
Ondertussen speelden we 6 voorstellingen en ligt ‘Geen pijn of wat dan ook’ eventjes op zijn gat. In het najaar hernemen we onze tour. Er zijn boekingen tot en met het voorjaar van 2014. Over die voorstellingen later meer. Eerst nog wat zwemmen! Eerst nog de zomer.